Unieke geschiedenis

Een boerengehucht in het uitgestrekte veen. Waarschijnlijk zou vrijwel niemand van Veenhuizen hebben gehoord als de Maatschappij van Weldadigheid, opgericht door generaal Johannes van den Bosch, er geen dwangkolonie uit de grond had gestampt.

We schrijven 1822. Nederland was totaal ontwricht achtergebleven na het vertrek van het Franse leger. Met name in de grote steden was de armoede schrijnend. De drie gestichten van Veenhuizen herbergden tal van paupers, die in het zware economische weer aan lager wal waren geraakt.

Enkele decennia later droeg Van den Bosch de koloniën van Weldadigheid over aan het Rijk en werd Veenhuizen een Rijkswerkinrichting. In de loop der jaren zijn tienduizenden verpleegden naar Veenhuizen ‘opgezonden’.

Na de Eerste Wereldoorlog kreeg Veenhuizen steeds meer het karakter van een penitentiaire inrichting. De eerste misdadigers werden er opgesloten.
Tot eind jaren tachtig was Veenhuizen afgesloten van de buitenwereld. Wie er niks te zoeken had, mocht het dorp niet in. Pas na 1989 werd Veenhuizen opengesteld voor iedereen.
Een gewoon dorp? Allesbehalve. Naast drie gevangenissen staan er meer dan honderd Rijksmonumenten. Veenhuizen was en is uniek.