Kolonie in het veen

Midden in het veen stichtte generaal Johannes van den Bosch in 1822 de dwangkolonie Veenhuizen. De vrije koloniën Frederiksoord, Willemsoord en Wilhelminaoord en de onvrije kolonie Ommerschans waren toen al verrezen. Deze koloniën vielen onder de Maatschappij van Weldadigheid, die zich ten doel had gesteld de armoede in Nederland te bestrijden. Het mes sneed aan twee kanten: paupers werden uit de goot gehaald en kregen in de koloniën enige bestaanszekerheid. Daartegenover stond dat ze met werk op het land, op het veen en in de gestichten in hun onderhoud moesten voorzien. De kolonisten die de vrije koloniën bevolkten, waren streng geselecteerd. In de dwangkoloniën belandden de armoedzaaiers die minder op hadden met goede raad.