Vertraging overdracht van historische rijkspanden in Veenhuizen

De overdracht van tachtig monumentale rijksgebouwen in Veenhuizen heeft weer vertraging opgelopen. Op 15 januari hadden belangstellende partijen een definitieve bieding moeten doen. Maar dat is verschoven naar 19 februari.

Oorzaak van het uitstel is een coronabesmetting onder één van de juryleden, die de biedingen moeten beoordelen. Hierdoor zal pas op 19 april bekend worden wie de nieuwe eigenaar wordt van het cultuurhistorisch erfgoed in het gevangenisdorp.

Afstoten vanwege kosten

Het Rijksvastgoedbedrijf, dat de gebouwen en de grond beheert, wil het zogenoemde ‘Ensemble Veenhuizen’ afstoten. De historische panden dienen geen rijksdoel meer en daarom wil het Rijk ook van de kosten voor onderhoud en beheer af. Een deel van de vroegere strafkolonie Veenhuizen blijft wel eigendom van de Nederlandse Staat, zoals de twee nog functionerende gevangenissen Esserheem en Norgerhaven en agrarische grond.

Meerdere partijen hebben belangstelling voor de historische gebouwen, waaronder het Nationaal Gevangenismuseum, de Koepelkerk, de Grote Kerk, Maallust en hotel Bitter en Zoet. Daarom is het Rijksvastgoedbedrijf anderhalf jaar geleden een openbare inschrijving gestart voor het erfgoed in Veenhuizen. Bedoeling is dat de nieuwe eigenaar het bijzondere verhaal van Veenhuizen een vervolg kan geven als voormalige armenkolonie.

Vernieuwend en duurzaam

Daarbij is volgens het Rijksvastgoedbedrijf ‘ruimte voor een vernieuwende aanpak, met aandacht voor de erfgoedwaarde en voor duurzame ontwikkeling’. “De selectie gebeurt op basis van geschiktheid van partijen en de kwaliteit van hun visie op de toekomst van Ensemble Veenhuizen”, zo staat bij de spelregels. De nieuwe eigenaar moet wel de lopende huurcontracten respecteren.

Hoeveel belangstellenden er zijn voor het erfgoed in het gevangenisdorp en wie dat zijn, houdt het Rijksvastgoedbedrijf angstvallig geheim. In elk geval is er één consortium dat zich heeft gemeld, waarvan Stichting Het Drentse Landschap deel uitmaakt. De Drentse erfgoedclub wil de historische panden overnemen samen met BOEi en de Nationale Monumenten Organisatie (NMo). Het consortium heeft verder geen idee wie de concurrentie is, zo zegt directeur Sonja van der Meer van Het Drentse Landschap.

Langer onzekerheid

Ze betreurt het dat de overdracht nu weer langer op zich laat wachten. “Al met al duurt deze procedure nu al jaren. Ondertussen gebeurt er al tijden niks aan de gebouwen. Want iedereen staat in de wachtstand. Dat zorgt toch voor onrust onder de huurders en ondernemers die in de gebouwen zitten, zo hebben we gemerkt. Laten we hopen dat er komend voorjaar eindelijk een einde aan komt aan alle onzekerheid”, zegt Van der Meer. Stichting Het Drentse Landschap trekt samen op met BOEi, omdat deze organisatie ruime ervaring heeft met het herbestemmen van cultuurhistorische panden en het exploiteren ervan. En dat geldt ook voor de NMo.

Noodklok

Eind vorig jaar luidden de erfgoedorganisaties Bond Heemschut en Stichting Drents Monument nog de noodklok over de aankomende overdracht van de rijkspanden in het gevangenisdorp. Ze zijn bang dat het aanbieden van ‘dit unieke Werelderfgoed’ verkeerde commerciële partijen aantrekt, en dat het Rijk straks zwicht voor ‘al te mooie verhalen en het grote geld’. Ze vrezen dat het erfgoed daarmee verkwanseld wordt.

De erfgoedorganisaties wijzen daarbij op ‘de slechte ervaring’ met Paleis Soestdijk, dat ook door het Rijksvastgoedbedrijf is afgestoten. “Voor Paleis Soestdijk was ook een prachtig beheerplan gemaakt door de kopers. Ook dat ze het als cultureel erfgoed intact zouden laten. Maar toen het qua opbrengsten en onkosten allemaal ineens toch vies tegenviel, kwamen ze ineens met plannen om flats in de paleistuin neer te zetten. Voor dat soort toestanden zijn we ook bang met Veenhuizen”, waarschuwde Wim Postma van Stichting Drents Monument. Inmiddels is het omstreden bouwplan voor Paleis Soestdijk weer ingetrokken na veel kritiek.
[Bron: RTV Drenthe, Margriet Benak]